2/19/2002

Gebukt ~ Slipje

Wat een strak !

gebukt ~ slipje
met X-benen
 
Zie ook

Voltooid deelwoord:
voorover gebogen voorover-gebogen geweest voorover gebukt voorover-gebukt gestaan
Onvoltooid tegenwoordige tijd:
ik buig voorover
jij buigt voorover
hij buigt voorover
zij buigt voorover
wij buigen voorover
jullie buigen voorover
zij buigen voorover
 ik ben voorover-gebogen
jij bent voorover-gebogen
hij is voorover-gebogen
zij is voorover-gebogen
wij zijn voorover-gebogen
jullie zijn voorover-gebogen
zij zijn voorover-gebogen
 ik buk voorover
jij bukt voorover
hij bukt voorover
zij bukt voorover
wij bukken voorover
jullie bukken voorover
zij bukken voorover
 ik sta voorover-gebukt
jij staat voorover-gebukt
hij staat voorover-gebukt
zij staat voorover-gebukt
wij staan voorover-gebukt
jullie staan voorover gebukt
zij staan voorover gebukt
Voltooid tegenwoordige tijd:
ik heb voorovergebogen
jij hebt voorovergebogen
hij heeft voorovergebogen
zij heeft voorovergebogen
wij hebben voorovergebogen
jullie hebben voorovergebogen
zij hebben voorovergebogen
 ik ben voorover-gebogen geweest
jij bent voorover-gebogen geweest
hij is voorover-gebogen geweest
zij is voorover-gebogen geweest
wij zijn voorover-gebogen geweest
jullie zijn voorover-gebogen geweest
zij zijn voorover-gebogen geweest
 ik heb voorover gebukt
jij hebt voorover gebukt
hij heeft voorover gebukt
zij heeft voorover gebukt
wij hebben voorover gebukt
jullie hebben voorover gebukt
zij hebben voorover gebukt
 ik heb voorover-gebukt gestaan
jij hebt voorover-gebukt gestaan
hij heeft voorover-gebukt gestaan
zij heeft voorover-gebukt gestaan
wij hebben voorover-gebukt gestaan
jullie hebben voorover-gebukt gestaan
zij hebben voorover-gebukt gestaan
Onvoltooid verleden tijd:
ik boog voorover
jij boog voorover
hij boog voorover
zij boog voorover
wij bogen voorover
jullie bogen voorover
zij bogen voorover
 ik was voorover-gebogen
jij was voorover-gebogen
hij was voorover-gebogen
zij was voorover-gebogen
wij waren voorover-gebogen
jullie waren voorover-gebogen
zij waren voorover-gebogen
 ik bukte voorover
jij bukte voorover
hij bukte voorover
zij bukte voorover
wij bukten voorover
jullie bukten voorover
zij bukten voorover
 ik stond voorover-gebukt
jij stond voorover-gebukt
hij stond voorover-gebukt
zij stond voorover-gebukt
wij stonden voorover-gebukt
jullie stonden voorover-gebukt
zij stonden voorover-gebukt
Voltooid verleden tijd:
ik had voorovergebogen
jij had voorovergebogen
hij had voorovergebogen
zij had voorovergebogen
wij hadden voorovergebogen
jullie hadden voorovergebogen
zij hadden voorovergebogen
 ik was voorover-gebogen geweest
jij was voorover-gebogen geweest
hij was voorover-gebogen geweest
zij was voorover-gebogen geweest
wij waren voorover-gebogen geweest
jullie waren voorover-gebogen geweest
zij waren voorover-gebogen geweest
 ik had voorover gebukt
jij had voorover gebukt
hij had voorover gebukt
zij had voorover gebukt
wij hadden voorover gebukt
jullie hadden voorover gebukt
zij hadden voorover gebukt
 ik had voorover-gebukt gestaan
jij had voorover-gebukt gestaan
hij had voorover-gebukt gestaan
zij had voorover-gebukt gestaan
wij hadden voorover-gebukt gestaan
jullie hadden voorover-gebukt gestaan
zij hadden voorover-gebukt gestaan
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ik zal vooroverbuigen
jij zult vooroverbuigen
hij zal vooroverbuigen
zij zal vooroverbuigen
wij zullen vooroverbuigen
jullie zullen vooroverbuigen
zij zullen vooroverbuigen
 ik zal voorover-gebogen zijn
jij zult voorover-gebogen zijn
hij zal voorover-gebogen zijn
zij zal voorover-gebogen zijn
wij zullen voorover-gebogen zijn
jullie zullen voorover-gebogen zijn
zij zullen voorover-gebogen zijn
 ik zal voorover bukken
jij zult voorover bukken
hij zal voorover bukken
zij zal voorover bukken
wij zullen voorover bukken
jullie zullen voorover bukken
zij zullen voorover bukken
 ik zal voorover-gebukt staan
jij zult voorover-gebukt staan
hij zal voorover-gebukt staan
zij zal voorover-gebukt staan
wij zullen voorover-gebukt staan
jullie zullen voorover-gebukt staan
zij zullen voorover-gebukt staan
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd:
ik zal voorovergebogen hebben
jij zult voorovergebogen hebben
hij zal voorovergebogen hebben
zij zal voorovergebogen hebben
wij zullen voorovergebogen hebben
jullie zullen voorovergebogen hebben
zij zullen voorovergebogen hebben
 ik zal voorover-gebogen geweest zijn
jij zult voorover-gebogen geweest zijn
hij zal voorover-gebogen geweest zijn
zij zal voorover-gebogen geweest zijn
wij zullen voorover-gebogen geweest zijn
jullie zullen voorover-gebogen geweest zijn
zij zullen voorover-gebogen geweest zijn
 ik zal voorover gebukt hebben
jij zult voorover gebukt hebben
hij zal voorover gebukt hebben
zij zal voorover gebukt hebben
wij zullen voorover gebukt hebben
jullie zullen voorover gebukt hebben
zij zullen voorover gebukt hebben
 ik zal voorover-gebukt gestaan hebben
jij zult voorover-gebukt gestaan hebben
hij zal voorover-gebukt gestaan hebben
zij zal voorover-gebukt gestaan hebben
wij zullen voorover-gebukt gestaan hebben
jullie zullen voorover-gebukt gestaan hebben
zij zullen voorover-gebukt gestaan hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd:
ik zou vooroverbuigen
jij zou vooroverbuigen
hij zou vooroverbuigen
zij zou vooroverbuigen
wij zouden vooroverbuigen
jullie zouden vooroverbuigen
zij zouden vooroverbuigen
 ik zou voorover-gebogen zijn
jij zou voorover-gebogen zijn
hij zou voorover-gebogen zijn
zij zou voorover-gebogen zijn
wij zouden voorover-gebogen zijn
jullie zouden voorover-gebogen zijn
zij zouden voorover-gebogen zijn
 ik zou voorover bukken
jij zou voorover bukken
hij zou voorover bukken
zij zou voorover bukken
wij zouden voorover bukken
jullie zouden voorover bukken
zij zouden voorover bukken
 ik zou voorover-gebukt staan
jij zou voorover-gebukt staan
hij zou voorover-gebukt staan
zij zou voorover-gebukt staan
wij zouden voorover-gebukt staan
jullie zouden voorover-gebukt staan
zij zouden voorover-gebukt staan
Voltooid verleden toekomende tijd:
ik zou voorovergebogen hebben
jij zou voorovergebogen hebben
hij zou voorovergebogen hebben
zij zou voorovergebogen hebben
wij zouden voorovergebogen hebben
jullie zouden voorovergebogen hebben
zij zouden voorovergebogen hebben
 ik zou voorover-gebogen geweest zijn
jij zou voorover-gebogen geweest zijn
hij zou voorover-gebogen geweest zijn
zij zou voorover-gebogen geweest zijn
wij zouden voorover-gebogen geweest zijn
jullie zouden voorover-gebogen geweest zijn
zij zouden voorover-gebogen geweest zijn
 ik zou voorover gebukt hebben
jij zou voorover gebukt hebben
hij zou voorover gebukt hebben
zij zou voorover gebukt hebben
wij zouden voorover gebukt hebben
jullie zouden voorover gebukt hebben
zij zouden voorover gebukt hebben
 ik zou voorover-gebukt gestaan hebben
jij zou voorover-gebukt gestaan hebben
hij zou voorover-gebukt gestaan hebben
zij zou voorover-gebukt gestaan hebben
wij zouden voorover-gebukt gestaan hebben
jullie zouden voorover-gebukt gestaan hebben
zij zouden voorover-gebukt gestaan hebben
Gebiedende wijs:
Buig voorover! Wees voorover-gebogen! Buk voorover! Sta voorover-gebukt!

⤢

2 Opmerkingen:

Anoniem zei

Japanse meisjes hebben iets………

Anoniem zei

Geile billen!

Een reactie posten:

Nieuwere post ◄┘Terug ⌂ Oudere post

Translate|Vertaal:

Volgers:

Archief


Locations of visitors to this page
eXTReMe Tracker
Sexy Naked Blogs Personal Blogs BlogRankers.com